uitnodiging, invitation

IMG_6408L

op en af UITNODIGING

Invitation to the artwalk in Vollezele from 15.08 – 03.09. 2017. My little contribution to this walk made me think a lot about the tough work in the mines. I invite you all to tell what you know about this job in the past and today. You can add it in a reaction on the blog or send it to me: toos.vanliere@lagrandecense.be

Uitnodiging voor de kunstwandeling in Vollezele van 15.08 – 03.09.2017. Mijn kleine bijdrage aan deze wandeling heeft me veel doen nadenken over het zware werk in de mijnen, vroeger en nu. Ik nodig iedereen die daar iets over te vertellen heeft uit, om dat toe te voegen aan deze blog in een reactie, of het mij per email toe te sturen: toos.vanliere@lagrandecense.be

Invitation pour un parcours d’artistes à Vollezele du 15.08 – 03.09.2017. Ma petite contribution à ce parcours m’a fait penser beaucoup sur la vie des mineurs et leurs conditions de travail, dans le passé et aujourd’hui.  Si vous avez des choses à raconter à ce sujet, je vous invite de me les envoyer, soit comme réaction sur ce blog, soit par email à mon adresse: toos.vanliere@lagrandecense.be

texts inEnglish

textes en français

teksten in NL

Link

blegny5Lc

Gisteren de mijn van Blegny bezocht en afgedaald tot min 60 meter. Veel geleerd over dit oerzware werk en eindelijk begrepen hoe het er diep onder de grond aan toe ging. Ook de hellende nauwe kolenaders van soms maar 45 cm hoog gezien, waar de kolen liggend uit losgekapt moesten worden, nadat de steenkappers en dynamiteurs de toegang erheen hadden verschaft. Gids Jan van Bogget, die zelf vanaf 1974 in de mijn van Eisden werkte legde alles heel duidelijk uit. Verschillende keren stond hij stil bij de geschiedenis van de migratie en de bijdrage van ‘de vreemdelingen’, eens de Belgen voor ander werk konden kiezen. Heel tof. Jan houdt een website bij over de Belgische mijnen, zie koolmijnen.be

De mijnwerkers liepen door galerijen naar hun werkplek in één van de kolenaders. Daar aangekomen hingen zij er hun werkkleren op, want door de hoge temperatuur en het vochtgehalte zouden die toch meteen kletsnat zijn. Ook de middagboterham  werd best aan een touwtje opgehangen, anders waren veel kans de muizen er mee weg.

blegny1L

“Ge mocht tussen uw boterhammen leggen wat ge wilde, als ge ze moest opeten zat er toch stof tussen! Alles was zwart. Iedereen nam smout op de boterham, dat was’t goedkoopste. Vlees, dat was niet al te proper, dat was te rap aangeslagen. Ons boterhammen hingen wij aan een haak, in een zakje, een musette, maar op het laatst moesten we ze in een ijzeren doos steken, want tegen dat we gingen eten, hadden de ratten al gedaan met eten. In bois-du Luc was’t zo erg niet, maar in Monceau-Fontaine! Oeioeioei! Ratten, zo groot! Formidabel, dat had ik nog nooit gezien, dat was wreed. Die kwamen daar beneden met het houtwerk. Maar wij lieten ze gerust, ge had daar de tijd niet voor”.

“Een beetje stof op de schup, broek af, … en ge zat daar heel de dag met de goeie reuk. ’t Was onmenselijk”.

Marcel Soen, Vollezele, mijwerker van 1938 tot 1956. (Blz. 165/166 uit: Wij zijn de fossemannen, anders niks. Mijnwerkers getuigen. Herman Vandormael. Galmaarden, Vzw De Mijnwerker, 1991).

 

‘Santa Barbara’

‘Santa Barbara’ (werktitel) is een installatie in voorbereiding, voor de kunstwandeling ‘Op&af’, waar ik deze zomer aan deelneem. (http://www.pep-in-gen.be)

Pour lire cette page en FR : introFR

IMG_6254L       qs77hres-jpeg

IMG_6219Lzw       IMG_5594bL

De installatie zal bestaan uit een Barbara-kapelletje (gehaakt in zwerfplastiek), ingeplant in een oude knotwilg. Tegenover de boom zal een houten bankje staan waarop de kunstwandelaar even plaats kan nemen. Wie wil kan er luisteren naar enkele vertolkingen van het Asturische mijnwerkerslied ‘Santa Barbara bendita’.

Het thema is dat van de mijnwerkers uit deze streek en wereldwijd, in vroegere tijden en vandaag de dag (mannen, vrouwen, kinderen).

Na een pauze van enkele jaren is het zwerfplastiek terug in mijn werk, maar dit keer gemengd met andere materialen. Voor deze installatie knip ik opnieuw draden uit plastiek zakjes, knutsel wat met hout, maar maak ook tekeningen in houtskool, experimenteeer met geluid, fotobewerkingen en -transfers, lees boeken, bezoek oude mijnen en zwerf op intenet. Een weerslag van dit maak- en opzoekwerk is te vinden op deze blog (art)PLASTIEKfabrique. De berichten  zijn geordend op datum, te beginnen met het meest recente. Enkele zijn in het Engels of Frans, maar je kunt ook op alleen NL selecteren.

De installatie is nu ongeveer klaar, maar het project is niet af. Het is een work in progress, met als volgende etappe misschien een tentoonstelling en/of de uitgave van dit ‘blogboek’ in één of andere vorm.

Hier alvast het lied ‘Santa Barbara bendita’ in een versie van het mijnwerkerskoor CORO MINERO DE TURON:   https://www.youtube.com/watch?v=kP5aj4C82Zs

IMG_6237L

 

werken ‘in situ’

Hoewel mijn installatie voor de kunstroute van Vollezele pas klaar moet zijn over een paar maanden wil ik een keertje ter plaatse werken. Gelukkig is mijn kameraad logistiek erbij om te helpen sleuren met planken en gereedschap.

 

Planken voor het bankje waarop de wandelaars straks even kunnen gaan zitten mijmeren, of naar het lied van Santa Barbara luisteren.  Goed dat we ook een snoeischaar bijhebben om enkele bladeren van de bereklauw weg te knippen en ons daaraan alvast niet te branden.

Planken ook om de sloot over te steken en een werkvlak in de boom te maken, zodat ik niet in de prikkeldraad stap die daar opgeslagen ligt. Ook hier komt de snoeischaar van pas, want hoe jammer ook van het groen, de brandnetels moeten toch maar even weg. Ze zullen wel snel terug hun plaats innemen.

IMG_6225L

 

De wilg is helemaal vermold van binnen en dus is het erg moeilijk om een beetje houvast te vinden voor het beeldje. De latjes die we mee hebben blijken te licht en te klein. Jan besluit naar een vriendin in de buurt te rijden om daar een beter stuk hout te vinden. Intussen haak ik verder aan de achtergrond van de kapel, want ik vind het formaat wel OK.

Het is hier heerlijk werken in dit prachtige landschap en de koekoek roept me steeds vanuit eeen andere hoek toe. Hoe anders zal het geweest zijn voor de mijnwerkers, die na een werkdag (of -nacht) van 10 en een treinreis van ruim 2 uur, te voet naar Vollezele liepen.

Op het veld achter mij priemt de mais intussen door de plastiek banen heen en vraag ik me af hoe dat dan weer opgeruimd wordt. Waarschijnlijk wordt moeder natuur geacht de rommel zelf wel weer af te breken?

IMG_6230L

Na een picknick aan de slootkant vertrekt Jan voor een fietstocht en ik pruts het beeldje in de boom. Tot mijn verrassing blijk ik me te kunnen redden met wat meegenomen electriciteitsdraad en een paar puntig gesneden takken van de vlier, die ik in het vermolmde hout kan steken.

IMG_6237L

Nu nog kijken hoe het past in het geheel. Hoe is de verhouding is met het oorspronkelijke boogje? Zal ik het rode draadje ook nog leggen, of laat ik dat beter achter wege?

IMG_6240L

Thuis gekomen zoek ik naar actuele informatie over plastiek vervuiling en tot mijn verbazing is de informatie erover op het internet nu veel moeilijker te vinden. Wel nog altijd veel onderzoeksresultaten op de site http://www.algalita.com en erg toegangkelijke informatie op http://www.planeetzee.be . Er loopt ook een petitie op Avaaz: https://secure.avaaz.org/campaign/en/choking_on_plastic_a/?pv=75&rc=fb

8 million tons of plastic pour into our oceans every year

 

Bib

In de bibliotheek van Halle vind ik een aantal interessante boeken, waaronder het boek ‘Wij zijn de fossemannen, anders niks!’ van Herman VanDoormael (1991, uitg.vzw De Mijnwerker, Galmaarden), met 40 getuigenissen van (toen) nog levende mijnwerkers. Indrukwekkende verhalen van mensen uit Oost-Vlaanderen en Pajottenland, die tussen 1918 en 1960 in de Waalse mijnen werkten. Vijf van hen waren afkomstig uit Vollezele. Ze vertellen waarom ze er gingen werken, welke arbeid ze de deden op dieptes tussen 500 en 1500 meter, maar ook over de chefs, de uren durende treinreis, de gevaren, de ongevallen, het stof dat in hun longen kwam en ook tussen hun middagboterham.

 

meunierL  IMG_6180L

Van Doormael wijdt ook een interessante passage aan het beeld van de mijnwerker in de kunst en illustreert zijn boek met reproducties van Meunier, Paulus en anderen. Frappant toch hoe de wijze van afbeelden altijd van een visie getuigd. Wat ziet/toont de maker van het schilderij, de tekening of de foto? Een slachtoffer van uitbuiting, die lijdt onder de verschrikkelijke werkomstandigheden, een heldhaftige sterke kerel die met zijn fysieke kracht de maatschappij schraagt, een opstandige revolutionair, die op de baricaden springt, of wordt het nederige mijnwerkersbestaan afgeschildert in een sfeer van romantiek?

En ik, wat doe ik ermee? Waarom verdiep ik mij hierin en op welke manier beeld ik het uit?

Bovenstaande tekening (64x45cm) maakte ik naar een schets van Meunier, opgenomen in het boek ‘Wij zijn de fossemannen, anders niks!’, waaruit ook het volgende fragment (blz62):

“Tussen de boterhammen: geen vlees, hè! Want beneden, in de put, was er gas, en daardoor zou het vlees rap slecht geworden zijn, en door de warmte ook. Want het was daar heel warm. Er werkten er veel zonder onderlijfje of iets, alleen met een broek. En op sommige plaatsen stond er water, dan waren wij nat! Ge kunt u niet laten drogen, absoluut niet, ge moest gij verder werken. Smout, anders niets, geen vlees, geen kaas.”

 

 

houtskool en kool

In het atelier maak ik nieuwe fototransfers en tekeningen in houtskool van de mannen, die zelfs hun boterham op moesten eten in die donkere onderwereld diep in de grond.

IMG_6101L

Jan vindt tussen zijn oude platen op zolder de lp ‘Witse nog koempel’ met Limburgse mijnwerkersliedjes door de groep Carboon:

‘Sjtieger, kan ik bottere? Gowwe appetiet! huuësj niëmis knottere, ginne hat mië tied.        Op enne bussjel sjpitse zitte ze neëvenee. Woëste wirks, dao itse, d’r bleëk tussje de bee.

vertaling: Opzichter kan ik schaften? Smakelijk eten! Je hoort nu niemand mopperen, niemand heeft meer tijd.  Op een bundel plankjes zitten ze naast elkaar. Waar je werkt daar eet je, met een koffieblik tussen de benen.

Barbara

Een stukje wilgenbast, een plankje, een bolletje plastiek draad, geknipt uit een weggooizak, meer is er niet nodig voor een eerste opzet van het kapelletje voor Barbara.

IMG_6009L

Het beeldje moet wel vastgeschroefd kunnen worden anders blijft het natuurlijk buiten niet staan. Een ander plankje dus en het juiste gereedschap. Zal de wilgenschors niet barsten als ik er een schroef in draai?

IMG_6054L

Het lukt. Barbara staat er. Ondertussen zoek ik op internet naar haar en vind onder andere iets over haar (veronderstelde) afkomst, bekering en dood. Over hoe ze vaak afgebeeld wordt, met veer, kelk, zwaard, rode mantel,… Over de vele plaatsen waar ze als heilige vereerd wordt: Spanje, Bolivia, Venezuela en andere Latijns Amerikaanse landen, maar ook Syrië, Palestina, Libanon, ea. Op 4 december wordt daar het Eid-al Burbara feest gevierd, met verkleedpartijen voor de kinderen die langs de deuren gaan en een speciaal gerecht dat ik zeker eens zal klaarmaken.

Ineens heb ik zin om van de tekst van het mijnwerkerslied Santa Barbara bendita in houtskool uit te schrijven.

IMG_6152L

 

fin du monde

Het begon met een sinasappelnetje, waar ik wat omheen gehaakt heb en waarbij ik steeds meer aan vaginale vormen begon te denken.  Intussen hangen er een aantal proefexemplaren in mijn atelier en ben ik ook bezig  met tekeningen en  foto’s. Als ‘eindwerk’ heb ik een groot exemplaar in gedachten, te vullen met allerlei objecten van zwerfplastiek. Of misschien wordt het uiteindelijk een installatie, met de gehaakte vormen aan draadjes aan het plafond, eventueel in combinatie met een projectie van foto’s en tekeningen. Het beeld zou moeten verwijzen naar de levensbedrijgende aangroei van plastiek eilanden in de zeeën, waar ooit het leven werd geboren.

Als titel dacht ik automatisch aan: ‘La fin du monde’. Misschien omdat er zoveel over de voorspelling van het wereldeinde gesproken wordt op dit moment, maar ook omdat er door het onderwerp een verwijzing in zit naar het beroemde schilderij van Gustave Courbet: ‘L’origine du monde’.

Het maakt bij mij een boel gedachten en gevoelens los in verband met onze vrouwelijkheid en de vraag hoe reëel die in onze maatschappij nu eigenlijk gezien mag worden? Wat betekent in dat verband bij voorbeeld het enorm toenemende aantal estetische operaties van ‘de oorsprong’?

In maart 2013 lees in in De Wereld Morgen een artikel over hetzelfde onderwerp. Zie : http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/03/10/het-gelijk-van-caitlin-moran-de-zaak-van-het-schaamhaar

wurgslang

‘Wurgslang’ of ‘Gifslang’? Wat het gaat worden zal ik wel weten tegen de tijd dat ik bij de kop kom. Voorlopig heb ik nog een eind te gaan, want in mijn idee moet dat beest toch een meter of zes, zeven lang worden. Deze keer werk ik met punnikringen in verschillende formaten. Ik vul de slang gewoon op met de plastiektroep die mijn atelier de afgelopen tien jaar overspoeld heeft en die intussen een aardig giftig geurtje begint te verspreiden. Plastique toxique? De plastiekfabrique heeft dringend een comité van veiligheid en hygiëne nodig!