werken ‘in situ’

Hoewel mijn installatie voor de kunstroute van Vollezele pas klaar moet zijn over een paar maanden wil ik een keertje ter plaatse werken. Gelukkig is mijn kameraad logistiek erbij om te helpen sleuren met planken en gereedschap.

 

Planken voor het bankje waarop de wandelaars straks even kunnen gaan zitten mijmeren, of naar het lied van Santa Barbara luisteren.  Goed dat we ook een snoeischaar bijhebben om enkele bladeren van de bereklauw weg te knippen en ons daaraan alvast niet te branden.

Planken ook om de sloot over te steken en een werkvlak in de boom te maken, zodat ik niet in de prikkeldraad stap die daar opgeslagen ligt. Ook hier komt de snoeischaar van pas, want hoe jammer ook van het groen, de brandnetels moeten toch maar even weg. Ze zullen wel snel terug hun plaats innemen.

IMG_6225L

 

De wilg is helemaal vermold van binnen en dus is het erg moeilijk om een beetje houvast te vinden voor het beeldje. De latjes die we mee hebben blijken te licht en te klein. Jan besluit naar een vriendin in de buurt te rijden om daar een beter stuk hout te vinden. Intussen haak ik verder aan de achtergrond van de kapel, want ik vind het formaat wel OK.

Het is hier heerlijk werken in dit prachtige landschap en de koekoek roept me steeds vanuit eeen andere hoek toe. Hoe anders zal het geweest zijn voor de mijnwerkers, die na een werkdag (of -nacht) van 10 en een treinreis van ruim 2 uur, te voet naar Vollezele liepen.

Op het veld achter mij priemt de mais intussen door de plastiek banen heen en vraag ik me af hoe dat dan weer opgeruimd wordt. Waarschijnlijk wordt moeder natuur geacht de rommel zelf wel weer af te breken?

IMG_6230L

Na een picknick aan de slootkant vertrekt Jan voor een fietstocht en ik pruts het beeldje in de boom. Tot mijn verrassing blijk ik me te kunnen redden met wat meegenomen electriciteitsdraad en een paar puntig gesneden takken van de vlier, die ik in het vermolmde hout kan steken.

IMG_6237L

Nu nog kijken hoe het past in het geheel. Hoe is de verhouding is met het oorspronkelijke boogje? Zal ik het rode draadje ook nog leggen, of laat ik dat beter achter wege?

IMG_6240L

Thuis gekomen zoek ik naar actuele informatie over plastiek vervuiling en tot mijn verbazing is de informatie erover op het internet nu veel moeilijker te vinden. Wel nog altijd veel onderzoeksresultaten op de site http://www.algalita.com en erg toegangkelijke informatie op http://www.planeetzee.be . Er loopt ook een petitie op Avaaz: https://secure.avaaz.org/campaign/en/choking_on_plastic_a/?pv=75&rc=fb

8 million tons of plastic pour into our oceans every year

 

Advertenties

crocheter le plastique

Depuis ma première visite avec les autres artistes participants au parcours de Vollezele, cette été (http://www.pep-in-gen), j’ai eu l’idée de crocheter une petite chapelle à la mémoire des mineurs de la region. Il est donc temps de commencer à couper des sacs en plastique, pour ensuite crocheter avec. Comme toujours, je travaille sans modèle, mais avec une forme en tête. Voilà le plastique de retour dans mon atelier, pour quelques tests et bricolages. Pour trouver le matériel qui me manque, je fais le tour chez les menuisiers et electriciens des ateliers voisins.

IMG_6055L  IMG_6186L

IMG_6188L

C’est amusant de bricoler comme ça, mais le vrai travail doit être fait ‘in situ’ naturellement. Le weekend prochain Jan et moi iront sur place avec le matos nécessaire pour travailler dans l’arbre et réaliser les choses sur mesure.

Sur place je verrai aussi si mon choix de matériaux et le mélange du plastique et du bois tient la route et surtout: si l’image crée s’intègre bien et ‘parle’.

Pendant ma pause-café je reprends le livre qui je suis en trein de lire en main. L’auteur donne la parole à 40 mineurs du Pajottenland et la Flandre de l’est qui racontent en détail de leur vie et travail. C’est impressionant. (H. VanDoormael. ‘Wij zijn de fossemannen, anders niet’. Galmaarden, vzw De Mijnwerker, 1991)

 

Bib

In de bibliotheek van Halle vind ik een aantal interessante boeken, waaronder het boek ‘Wij zijn de fossemannen, anders niks!’ van Herman VanDoormael (1991, uitg.vzw De Mijnwerker, Galmaarden), met 40 getuigenissen van (toen) nog levende mijnwerkers. Indrukwekkende verhalen van mensen uit Oost-Vlaanderen en Pajottenland, die tussen 1918 en 1960 in de Waalse mijnen werkten. Vijf van hen waren afkomstig uit Vollezele. Ze vertellen waarom ze er gingen werken, welke arbeid ze de deden op dieptes tussen 500 en 1500 meter, maar ook over de chefs, de uren durende treinreis, de gevaren, de ongevallen, het stof dat in hun longen kwam en ook tussen hun middagboterham.

 

meunierL  IMG_6180L

Van Doormael wijdt ook een interessante passage aan het beeld van de mijnwerker in de kunst en illustreert zijn boek met reproducties van Meunier, Paulus en anderen. Frappant toch hoe de wijze van afbeelden altijd van een visie getuigd. Wat ziet/toont de maker van het schilderij, de tekening of de foto? Een slachtoffer van uitbuiting, die lijdt onder de verschrikkelijke werkomstandigheden, een heldhaftige sterke kerel die met zijn fysieke kracht de maatschappij schraagt, een opstandige revolutionair, die op de baricaden springt, of wordt het nederige mijnwerkersbestaan afgeschildert in een sfeer van romantiek?

En ik, wat doe ik ermee? Waarom verdiep ik mij hierin en op welke manier beeld ik het uit?

Bovenstaande tekening (64x45cm) maakte ik naar een schets van Meunier, opgenomen in het boek ‘Wij zijn de fossemannen, anders niks!’, waaruit ook het volgende fragment (blz62):

“Tussen de boterhammen: geen vlees, hè! Want beneden, in de put, was er gas, en daardoor zou het vlees rap slecht geworden zijn, en door de warmte ook. Want het was daar heel warm. Er werkten er veel zonder onderlijfje of iets, alleen met een broek. En op sommige plaatsen stond er water, dan waren wij nat! Ge kunt u niet laten drogen, absoluut niet, ge moest gij verder werken. Smout, anders niets, geen vlees, geen kaas.”

 

 

bois du luc

Pas loin de chez nous, à Bois du Luc/La Louvière se trouve le Musée de la mine et voilà une première occasion d’en apprendre un peu plus. Je peux faire une partie de la visite avec l’auto-guide et je passe d’abord dans les bureaux, ensuite dans la cité, ou je rencontre plusieurs habitants, dont le père a encore travaillé dans cette mine. Le villa du directeur se trouve en face de la cité et m’impressionne à coté des maisons des travailleurs.

IMG_6103L IMG_6104L IMG_6107L

Pour la deuxième partie de la visite je suis accompagnée par Elvis, qui me montre ce qui reste de la mine: l’endroit ou les mineurs descendait et le charbon montait. L’assenceur est tout petit et 12 mineurs devraient s’y presser, comme des sardines dans une boîte. Ce qui m’impressionne aussi c’est le systhème de surveillance, les profondeurs jusquà    1500 m, la salle des lampes, qui permettait aussi de contrôler si tout le monde était remonté, les espaces techniques pour la ventilation et les pompes à eau, la porte ‘guillotine’ qui se fermait lors des grèves, etc.  Enfin, ça vaut un détour!

IMG_6108L

IMG_6115L IMG_6119L

Et, bien heureusement: Barbara était aussi là…

IMG_6110L

Deux semaines plus tard je retourne à Bois du Luc, pour le vernissage de l’exposition ‘Mineurs d’Asie Mineure’. Ce qui me frappe c’est la ressemblance entre les témoignages des mineurs Turques ici dans l’expo et celles des mineurs Flamands dans le livre que je suis en train de lire. Je rencontre plusieurs fils de mineurs, un historien qui fait son doctorat sur ce thème, l’archiviste du musée et d’autres personnes  impliquées dans la réalisation de l’expo.

dans la mine

Sans l’avoir vraiment planifié, je commence à faire plusieurs dessins de mineurs et c’est ainsi que je  m’imagine un peu la dûreté de leur blulot.

IMG_6098L

Jan m’aide dans la recherche d’une mine qu’on pourra visiter encore maintenant et trouve celui de Blegny, ou on peut encore descendre.

Ce projet commence à prendre la forme d’un projet, ou d’une histoire. Un peu comme j’en ai fait d’autres avant: Le projet des polaroïds, l’histoire de Catherine, éboueuse à Schaerbeek, les histoires du PLASTIEKfabriek et de Tricot trottoir. Chaque fois il y a des dessins, des écrits, des participations d’autres, des tricots, des coutûres, des peintures etc. Les fils conducteurs que je cherche sont à la fois thématiques, techniques, liés à la forme et à ce que je ressent.

houtskool en kool

In het atelier maak ik nieuwe fototransfers en tekeningen in houtskool van de mannen, die zelfs hun boterham op moesten eten in die donkere onderwereld diep in de grond.

IMG_6101L

Jan vindt tussen zijn oude platen op zolder de lp ‘Witse nog koempel’ met Limburgse mijnwerkersliedjes door de groep Carboon:

‘Sjtieger, kan ik bottere? Gowwe appetiet! huuësj niëmis knottere, ginne hat mië tied.        Op enne bussjel sjpitse zitte ze neëvenee. Woëste wirks, dao itse, d’r bleëk tussje de bee.

vertaling: Opzichter kan ik schaften? Smakelijk eten! Je hoort nu niemand mopperen, niemand heeft meer tijd.  Op een bundel plankjes zitten ze naast elkaar. Waar je werkt daar eet je, met een koffieblik tussen de benen.

Barbara

Een stukje wilgenbast, een plankje, een bolletje plastiek draad, geknipt uit een weggooizak, meer is er niet nodig voor een eerste opzet van het kapelletje voor Barbara.

IMG_6009L

Het beeldje moet wel vastgeschroefd kunnen worden anders blijft het natuurlijk buiten niet staan. Een ander plankje dus en het juiste gereedschap. Zal de wilgenschors niet barsten als ik er een schroef in draai?

IMG_6054L

Het lukt. Barbara staat er. Ondertussen zoek ik op internet naar haar en vind onder andere iets over haar (veronderstelde) afkomst, bekering en dood. Over hoe ze vaak afgebeeld wordt, met veer, kelk, zwaard, rode mantel,… Over de vele plaatsen waar ze als heilige vereerd wordt: Spanje, Bolivia, Venezuela en andere Latijns Amerikaanse landen, maar ook Syrië, Palestina, Libanon, ea. Op 4 december wordt daar het Eid-al Burbara feest gevierd, met verkleedpartijen voor de kinderen die langs de deuren gaan en een speciaal gerecht dat ik zeker eens zal klaarmaken.

Ineens heb ik zin om van de tekst van het mijnwerkerslied Santa Barbara bendita in houtskool uit te schrijven.

IMG_6152L

 

plastic field

IMG_5983L

Plastic is still all around everywhere. Funny, when we arrive this morning on the place where I am supposed to make an artwork for a collective project this summer, the field has turned into a plastic field. Was Christo here before me, with Daniel Buren may be? Or is it an agricultural method to speed up the growing of the maize?

Anyway, seeing all this plastic motivates me to re-open artPLASTIEKfabrique and pick up the needles to knit some plastic away….

As I choose an old tree to place the plastic knitting in, the first thing to do when we get there and measure the shape. With a little help of my man, it is an easy thing to do, and nice to too.

IMG_5984L IMG_5986L

Our first visit was in November 2016, when we walked the route with the organisers of the project and all the participating artists. During the walk, I was telling a colleague about the little chapel in nearby Tollembeek, dedicated to Barbara, protectrice of the miners.  I spotted it a week ago and when I saw it, the Asturian miners song : ‘Santa Barbara bendita, trai, la la la la lai la la’, began to sing in my head. The funny coincidence is that, while telling this, I see in a tree the shape of a little chapel. That is where the idea of a Barbara chapel in this tree is born and a long story on this blog has started …

IMG_5593L IMG_5594bL

When we come back to measure in April 2017,  it is a bit of a shock to see that part of the natural structure of the chapel is missing and that ‘the foundation’ is gone… Some restoration will be needed. We’ll see how…

Besides of the knitting I have the intention to add some research to the project. Research about Barbara, but also about the song, the life of miners and miners families, in Belgium, but also worldwide. In the past and today….

Here is a version of the song by the choir Coro Minero de Turon : https://www.youtube.com/watch?v=kP5aj4C82Zs